Als de Rijkspostspaarbank alweer 50 jaar bestaat, beklagen de
particuliere banken zich over de concurrentie die hen aangedaan wordt door de
staatsbank. De RPS houdt de rente zo hoog, dat de particuliere banken hun
spaarrente niet kunnen verlagen (om daarmee de marges te verhogen).

Een ingezonden brief van een Postambtenaar:

Het voorloopig verslag van de
Eerste Kamer vraagt aandacht voor het feit, dat de Rijkspostspaarbank nog 2.64%
rente vergoedt, waardoor het voor particuliere spaarbanken bezwaarlijk is om
renteverlaging door te voeren.

Ik zou in dit verband er de
aandacht eens op willen vestigen, dat in een zeer groot aantal plaatsen van ons
land de Rijkspostspaarbank in de ruim 50 jaar van haar bestaan geen voet aan
den grond heeft kunnen krijgen door de wijze, waarop ze door het particuliere
spaarbankwezen werd beconcurreerd.

Ook toen was er al de roep om de vrije-markt-werking. En ook toen al
werd regelmatig duidelijk gemaakt, dat ook overheidsbedrijven een betere dienst
tegen een lagere prijs kunnen bieden (in het geval van spaarbanken: een hogere
rentevergoeding):

Wanneer nu de Rijkspostspaarbank
door haar voorzichtige bedrijfspolitiek bij machte is bij een algemeenen
rentevoet van ongeveer 3,25%, de “2,64” staande te houden, dan eischt, dunkt
mij, het beginsel der vrije concurrentie, dat haar deze demonstratie van
interne kracht wordt toegestaan.

Het argument van oneerlijke concurrentie is ook al niet nieuw:

Onder één voorbehoud natuurlijk,
dat het particulier spaarbankwezen daardoor niet in dèconfiture geraakt,
hetgeen een nationale ramp zou zijn.

Maar dit betekent volgens de schrijver nu eens niet dat er
geprivatiseerd moet worden, maar – gezien de gebleken ongeschiktheid van de
vrije markt – het opleggen van strikte spelregels aan de particuliere
bedrijven:

Doch zou om die reden tot
renteverlaging moeten worden besloten, is dan niet tevens het tijdstip daar om
een spaarbankwezen, gegrondvest op hoogere rentevergoeding dan die der
Rijkspostspaarbank, onmogelijk te maken?

Het is jammer dat het – bij de huidige bankencrisis – niet mogelijk is
een vergelijking met staatsbanken te maken. Uitsluitend het falen van
particuliere banken is te zien. Niet is te zien hoe een overheidsbedrijf onder
de huidige omstandigheden gevaren zou zijn.