Als medewerker IPo (de groep projectleiders binnen de Postbank) had ik regelmatig contact met
marketingmanagers. De rol van IPo kwam in beeld als hun product ideeën zover
waren gevorderd dat het zinvol was om na te denken over de manier waarop de
productielijn eventueel ingericht zou kunnen worden. Ik heb die contacten over
het algemeen ervaren als heel plezierig en af en toe ook als hilarisch. Vooral
als mijn bemoeienis ertoe leidde dat marketing nog meer dan voorheen het licht
ging zien en het voorgenomen plan introk om er nog eens goed over na te denken.
Product ideeën waren namelijk nog wel eens oplossingen van problemen of
behoeften die nog niet gedefinieerd waren.

Op een maandagochtend had ik ten kantore De Leeuwenburg in
Amsterdam een afspraak met collega X, marketingmanager Sparen, die had aangekondigd
met de trein van zijn woonplaats naar het Amstelstation te zullen reizen. Zijn
vaste werkplek was op de Haarlemmerweg te Amsterdam. Hij verscheen echter niet
op het afgesproken tijdstip dat naar ik meen ergens tussen 09.00 en 10.00 uur
lag. Toen hij er om 11.00 uur nog niet was, werd ik enigszins ongerust en nam
contact op met zijn afdeling op de Haarlemmerweg. Daar was hij ook nog niet
gesignaleerd die dag. Pogingen van de afdelingssecretaresse van Marketing
Sparen om hem thuis te bereiken, mislukten. Mobiele telefonie was in de
tachtiger jaren nog niet uitgerold, dus er was geen sprake van dat we hem
konden traceren.

Om 13.00 uur kwam het telefoontje dat mijn ongerustheid
wegnam. X, een snelle jongen die bij tijd en wijle een wat verstrooide en ook
wel een enigszins chaotische indruk maakte, had zich nadat hij zich “bijna” had
verslapen in volle vaart in een treinstel gestort, dat volgens hem richting
Haarlem ging. In Haarlem zou hij overstappen op een trein naar het
Amstelstation. Echter, in de haast had hij de aanduiding “Heerlen” aangezien
voor “Haarlem”.

Op de eindbestemming had de conducteur hem wakker geschud en
hem gemaand het treinstel te verlaten.

X riep mij door de telefoon enthousiast toe dat hij op het
punt stond om in de trein van Heerlen naar Amsterdam te stappen en verwachtte
rond 16.00 uur alsnog op het Amstelstation te arriveren. Of ik zo vriendelijk
wilde zijn om toch maar op hem te wachten, want hij had (nog) een verrassing in
petto. Natuurlijk was ik daartoe bereid. En dat loonde, want hij had op het
station van Heerlen een enorme zak Bossche bollen aangeschaft als goedmaker
voor het lange wachten en de ongerustheid die daarbij was opgetreden. De
zakelijke bespreking hebben we maar verschoven naar een andere dag. En de lichte
ontstemdheid van mijn vriendin die vrijwel tevergeefs het avondeten had bereid,
nam ik op de koop toe.

Peter Polak