Wat nu externe harde schijven zijn, waren in
de jaren zestig magnetische banden op grote spoelen.

Wat nooit veranderd is in al die jaren, is de
noodzaak om een back-up te maken van de gegevens op je computer. Er kan altijd
brand uitbreken, een computer kapot gaan, noem maar op. Om te zorgen dat het
giroproces altijd kon ‘terugvallen’ (opnieuw beginnen met de situatie en
gegevens van vlak vóór de storing), werden dagelijks duplicaten van de
gegevenstapes naar een ander gebouw gebracht.

Doordat steeds meer girorekeningen via de
computers werden geadministreerd, nam het aantal duplicaattapes toe. De
timmerwerkplaats van het girokantoor in Arnhem kreeg opdracht om een kist te
maken waar flink wat tapes in pasten. Het resultaat was een in vakken verdeelde
‘doodskist’waarin aan het einde van de dienst de belangrijke duplicaatbestanden
van alle IBM 1401 systemen werden verzameld.

Deze kist werd door de operator die
‘bankbeurt’ had, met de chauffeur van dienst, naar een ruimte in de kelder van
de Amsterdamse Bank in Arnhem gebracht. Maar de kist was erg lang, en niet door
één man te tillen. Omdat er geen lift was in het gebouw, betekende dit dat bij
het brengen van de tapes, men de kist over de trap naar beneden liet stuiteren.
Er werd veel geklaagd over het ontbreken van de lift en over rugklachten na een
bankbeurt, maar het bleef een taak voor telkens één operator om de tapes veilig
weg te brengen.

Pas na enkele jaren werd voor een ander extern
gebouw gekozen, waar wel een lift aanwezig was.

Joop Kolkman