Tijdens de dagelijkse boekingsgangen (het
overboeken van het geld van de ene rekening naar de andere), werd een groot
aantal computertapes gebruikt. In die tijd waren dat de ‘externe harde
schijven’ van het geautomatiseerde systeem van de PCGD.

De tapes werden keurig in rekjes neergezet die
naast de computersystemen stonden. Zolang de boekingsgang niet was afgerond
waren deze computertapes essentieel voor een goed verloop van het giroverkeer.
Als er één of meer tapes verloren zouden gaan, zou het extreem veel tijd en
moeite kosten om het proces weer aan de gang te krijgen. Daarom werd er
regelmatig getest of de tapes (die erg belangrijk waren om terug te kunnen
vallen naar een vorige boekingsgang) daadwerkelijk in de rekjes met
grijpklare tapes werden veiliggesteld.

De chef Bedrijfzelfbescherming kwam op de
computerzaal binnen en riep luidkeels “brand!”. De operators moesten per
computersysteem met het rekje met ‘grijpklare’ tapes naar de gang rennen. Daar
werd gecontroleerd of in de rekjes inderdaad alle nodige duplicaattapes lagen.

En dat
er niet per ongeluk een tape even op een ander kastje was neergelegd.

Joop Kolkman