In maart 1987 reisden mijn vrouw en ik als backpackers op
Samosir Island, een eiland midden in het Toba-meer op Sumatra, Indonesië. De
moderne ontwikkelingen op Samosir bevonden zich in een beginstadium, getuige
het feit dat het eiland (toch ruim 1.000 km2 groot) nog niet was aangesloten op
het elektriciteitsnet; een biertje of cola werd gekoeld in het Toba-meer, en
aan zoiets als een ATM dacht toen werkelijk niemand.

Tijdens een van onze wandelingen bezochten we het oude, traditionele Batak-dorp
Ambarita. In de 300 jaar oude dorpskern stonden nog de stenen zetels vanwaaruit
recht werd gesproken en ernaast heel efficiënt de executieplaats.

Tot onze verbazing bleek in dit prachtige dorpje ook een Kantor Pos dan Giro
(alleen de naam al!) te zijn, ongeveer ter grootte van een doorsnee
studentenkamer. Wat we nooit zullen vergeten was, dat wij Nederlanders in dat
piepkleine postkantoortje probleemloos onze GIROBETAALKAARTEN (waarde 200
gulden) konden verzilveren. Zo’n speciaal ‘bancair’ gevoel hebben we op onze
latere reizen niet meer ervaren.

Peter Kokosky Deforchaux
Bettine Widdershoven