Al sinds
mijn 17e, toen ik ging werken bij de afdeling Personeelszaken van de
Telefoondienst van de PTT, ben ik klant bij de toen nog niet in beeld zijnde
Postbank (Post- Cheque- en Girodienst). Het was destijds de enige manier om je
salaris uitbetaald te krijgen.

Het werken
bij de PTT was een puur bureaucratisch gebeuren; het beoordelen van o.a.
stukgevallen vaasjes en omgestoten tafeltjes bij klanten tijdens het uitvoeren
van werkzaamheden door de toenmalige buitendienst. En dan het berekenen van de
‘straf’ die erop stond! Soms 40 cent en in zeer uitzonderlijke gevallen
wel eens 1 of 2 guldens, in te houden op het salaris! En als je alles netjes op
briefjes had ingevuld, voorzien van de vaste tarieven voor de strafbare feiten (nog
even nagezien door een naaste collega), werd dit gecontroleerd door een
‘blokhoofd’ en daarna getekend door de chef van de afdeling Personeelszaken.

U begrijpt,
we waren niet echt de winstgevende afdeling van het bedrijf.

Een aantal
zaken is sinds 1967 in de maatschappij veranderd, dat moge bekend zijn.
Bureaucratie is er echter nog steeds, en in welke mate!

Laat mij m’n
oude gironummer nu maar behouden. Het is het oudste rugnummer dat ik bij me
draag, ik ben er een beetje aan gehecht en gezien mijn plan om heel oud te
worden is het misschien wel het enige nummer dat ik op hoge leeftijd nog
feilloos uit mijn hoofd weet op te noemen.

José Nouwen