‘Binnen de Postbank heerste de
cultuur dat je, ongeacht wie je was, iets kon inbrengen in een vergadering en
dan werd er naar je geluisterd. Wat je zei, werd meegewikt en -gewogen. Als er
een besluit was genomen, gingen we het ook doen. Want we hadden het er met zijn
allen over gehad. Na het besluit stond het slechts bij uitzondering nog ter
discussie.

Binnen de NMB en later de ING Bank
troffen de Postbankers een cultuur aan waarin niet iedereen zei wat hij dacht
of wilde. Dat was zeker het geval als er binnen de vergadering verschillende
hiërarchische lagen aanwezig waren. De leidinggevende had altijd gelijk. In
België was het nog wat extremer, daar hield een medewerker in het bijzijn van
zijn leidinggevende helemaal zijn mond. En als er dan eenmaal een besluit was,
dan was dat nog geen enkele garantie dat dat ook was wat er uitgevoerd ging
worden.’

Projectleider